Skip to main content

Een blogpost met reflecties op het Wereld Water Dag thema: Betaalbaarheid van publieke voorzieningen, waarom is er meer aandacht voor energie dan voor water?

Het thema van de Nederlandse viering van Wereld Water Dag 2014, ‘Betaalbaarheid van publieke voorzieningen, waarom is er meer aandacht voor energie dan voor water?’ riep vragen bij mij op. Op welke manier krijgt energie meer aandacht dan water; kunnen deze sectoren vergeleken worden en zo ja; wat doet dat er toe? In deze blogpost reflecteer ik op dit thema en de discussies die plaatsvonden tijdens het evenement in Leeuwarden op 20 maart.

In de toespraak van gastspreker Ben Knapen van de Europese Investeringsbank werden geen cijfers gepresenteerd die aantoonden dat de energie sector succesvoller is in het aantrekken van investeerders of onderliggende redenen daarvoor. Desondanks suggereerde hij dat ‘de water sector zich moet afwenden van ontwikkelingssamenwerking en modernere methodes moet ontwikkelen om de hiaten in de innovatie in de water sector aan te pakken’. Ik ben het met Knapen eens. Inderdaad, de water sector moet professioneler worden. Maar waar kunnen we innovatieve oplossingen voor water voorzieningen vinden?

Het installeren van water, sanitatie en hygiëne infrastructuur is niet genoeg om duurzame toegang tot voorzieningen te verzekeren. Innovatie komt van een andere manier van werken die alle aspecten van het leveren van een voorziening in ogenschouw neemt.

Op de Nederlandse Wereld Water Dag werd er op het gebied van innovatie voornamelijk gekeken naar het toepassen van (Nederlandse) technologie. Ik had gehoopt dat de discussie zich meer zou richten op het functioneren van de water sector, de betaalbaarheid en de service modellen die nodig zijn om dat te realiseren. Ondanks dat er miljarden dollars worden uitgegeven werkt een derde van de rurale watersystemen in ontwikkelingslanden niet. Water sector professionals weten dat alleen het installeren van water, sanitatie en hygiëne infrastructuur nog geen duurzame toegang tot een voorziening garandeert.

Cartoon van Michiel van de Pol van Comic House gemaakt voor Wereld Water Dag 2014

Innovatie moet komen van een andere manier van werken, één die alle aspecten van het leveren van een voorziening in ogenschouw neemt. Daarbij gaat het om modellen voor het beheren van een voorziening, met betrokkenheid van de private sector op verschillende niveaus en met verschillende contractuele overeenkomsten; het monitoren van de voorziening en de regelgeving; onderhoud, reparatie en vervanging van apparatuur; training en capaciteitsontwikkeling; beleid maken; en langdurige financiering van alle aspecten voor het leveren van diensten, niet alleen investeringsuitgaven. Hoe we de verschillende problemen van elk aspect voor het leveren van een service aanpakken is de complexe uitdaging die we moeten aangaan voor het leveren van duurzame, betaalbare water, sanitatie en hygiëne voorzieningen voor iedereen.

Bijvoorbeeld, voor het monitoren van een voorziening en de regelgeving hebben we duidelijke en algemeen geaccepteerde indicatoren en systemen nodig die regelmatig informatie op landenniveau verzamelen en analyseren, en die zijn er bijna niet. Gerhard van den Top van Vitens Evidens International zei terecht tijdens de plenaire discussie: Functioneren is de basis. Je investeert niet in het vergroten van de toegang tot water als de voorziening niet goed is. Dit is een van de problemen in de water sector waar innovatie nodig is; het meten van de service en het gebruiken van deze informatie om water, sanitatie en hygiëne voorzieningen te plannen en te beheren.

In Ghana bijvoorbeeld werkt IRC samen onder het Triple-S initiatief met de Community Water and Sanitation Agency, het agentschap dat verantwoordelijk is voor de rurale watervoorziening. De samenwerking richt zich vooral op het ontwikkelen van een systeem voor het monitoren van water voorzieningen in rurale gebieden en in kleine steden. Het gaat niet alleen om het monitoren van de functionaliteit van watervoorzieningen, maar ook het service niveau en de prestaties van waterleveranciers en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het ondersteunen van waterleveranciers.

De discussies in de workshop over ‘Beleid en Financiën’ die ik heb bijgewoond, gingen vooral over het vinden van marktgerichte oplossingen die kostendekkend zijn en die gebruikt worden in de energie sector. Een van de deelnemers suggereerde dat winsten die gemaakt worden door bedrijven moeten worden herverdeeld via de belastingen ten bate van de armen. Ja, het is interessant om te kijken naar marktgerichte oplossingen, maar toegang tot water (en sanitatie) is een publiek goed en een mensenrecht. Dankzij het werk van IRC in het WASHCost project waarin de life-cycle costs van water, hygiëne en sanitatie services worden geïdentificeerd, weten we dat marktgerichte oplossingen die kostendekkend zijn niet realistisch zijn.

Zoals Patrick Moriarty, IRC directeur, in één van zijn blogs schreef: ‘publieke financiering zal altijd nodig zijn om een voorziening van goede kwaliteit te leveren aan armen in zowel rurale als stedelijke gebieden’. Dit kan via directe afdrachten van de nationale overheid naar bedrijven, of via maatregelen zoals het heffen van een toeslag op water (en riolering) van aangesloten huishoudens in stedelijke gebieden om zo sanitaire voorzieningen te bekostigen voor armen die geen aansluiting hebben. Dit was een voorstel van Guy Norman van de ngo Water and Sanitation for the Urban Poor tijdens de Stockholm Wereld Water Week sessie over sanitatie voor de armen in stedelijke gebieden.

Er moet ook gebudgetteerd worden voor kosten gerelateerd aan directe en indirecte ondersteuning, want die zijn van groot belang voor de duurzame levering van diensten. Bijvoorbeeld, directe ondersteuning aan zowel leveranciers als gebruikers of gebruikersgroepen is nodig voor het leveren van water en sanitaire voorzieningen. Daar zijn natuurlijk kosten aan verbonden. Verder zijn er de kosten die indirecte ondersteuning met zich mee brengt, gerelateerd aan het nationaal/institutioneel niveau, zoals bijvoorbeeld de kosten die nodig zijn voor de ontwikkeling van een nationaal WASH-beleid. Dankzij het werk van WASHCost weten we dat tenminste US $ 1 per persoon per jaar besteedt moet worden aan directe ondersteuning kosten om een betrouwbare dienst te kunnen leveren (Smits et.al, 2011).  Deze kosten worden vaak gefinancierd uit publieke fondsen.

Helaas richtten de workshops en plenaire discussies zich tijdens Wereld Water Dag niet op modellen voor het leveren van een voorziening of op lessen uit de energie sector. De volgende vragen blijven dus nog steeds staan: ‘Waarom geven private investeerders de voorkeur aan de energie sector boven de water en sanitatie sector? Wat zijn de knelpunten? En hoe kunnen we die oplossen?

Disclaimer

At IRC we have strong opinions and we value honest and frank discussion, so you won't be surprised to hear that not all the opinions on this site represent our official policy.

Projects

IRC Nieuwsbrief

Get the latest news delivered to your inbox.

Schrijf u nu in