Skip to main content

Nederland doet goede toezeggingen om drinkwater- en sanitaire voorzieningen aan te leggen. Maar het moet niet voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten.

Voor de waterliefhebber was er dit jaar een goede troonrede en miljoenennota. De koning onderschreef het belang van waterveiligheid en benadrukte de sterke positie van Nederland in de internationale watersector. De begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking spreekt ook een heel belangrijke ambitie uit: om 30 en 50 miljoen mensen toegang te geven tot drinkwater- respectievelijk sanitaire voorzieningen. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking voor waterbeheer en drinkwater- en sanitaire voorzieningen gaat met 9% (15 miljoen euro) omhoog ten opzichte van vorig jaar. De vraag is echter of dit alles genoeg is.

Wat betreft de hoogte van de ambitie, is het IRC, als Nederlandse NGO in de internationale watersector is het IRC erg blij met de doelstelling van de minister. Op dit moment hebben ruim 660 miljoen mensen – 9% van de wereldbevolking - geen toegang tot veilige drinkwatervoorzieningen. Volgens de Duurzame Ontwikkelingsdoelen Doelstellingen die deze maand in VN-verband zijn opgesteld, moet dit aantal tot 0 teruggebracht in 2030. Een Nederlandse bijdrage aan het terugbrengen daarvan van bijna 5% (de 30 miljoen personen) is significant.

Hoewel de Nederlandse ambitie op het gebied van sanitaire voorzieningen in absolute aantallen goed is, blijft het maar een druppel op een gloeiende plaat. Wereldwijd hebben 945 miljoen mensen helemaal geen toilet en moeten hun behoefte in het openbaar doen, met alle gezondheids-, veiligheids- en privacyrisico's van dien. Daarnaast gebruiken nog 1.4 miljard mensen toiletten die niet aan de VN-standaarden voldoen, bijvoorbeeld omdat ze gedeeld moeten worden met een groot aantal families of omdat ze onvoldoende hygiënisch gebouwd zijn. In 2030 moeten ook deze aantallen teruggebracht zijn tot 0. De toezegging van Nederland om 50 miljoen mensen van een goed toilet te voorzien is goed is dus nog geen 2% van de totale behoefte (en dat zonder rekening te houden met de bevolkingsgroei de komende 15 jaar). Hopelijk doet goed voorbeeld goed volgen, en zijn er inderdaad 50 donoren en overheden van ontwikkelingslanden die met vergelijkbare toezeggingen komen om in alle behoeftes te kunnen voorzien.

In 2016 is het budget voor ontwikkelingshulp voor drinkwater en sanitaire voorzieningen 89 miljoen euro. In de jaren daarna groeit het budget daarvoor licht tot 95 miljoen euro per jaar. Aannemende dat dit bedrag over de periode tot 2030 ongeveer gelijk blijft zou Nederland dus in totaal 1,4 miljard euro kunnen investeren in veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen.

Op basis van onderzoek van IRC blijkt dat de minimale kosten voor de aanleg van drinkwatervoorzieningen 19 euro per persoon zijn. Het bouwen van toiletten de bijbehorende promotie van hygiëne kost op zijn minst 9 euro per persoon. Daarmee komt de totale rekening voor het bereiken van de 30 en 50 miljoen mensen uit op 1 miljard euro. Om te zorgen dat deze voorzieningen ook duurzaam zijn, moet er daarnaast ook geïnvesteerd worden in wat we sector ondersteuning noemen. Dit omvat bijvoorbeeld het ontwikkelen van beleid, het trainen van lokale overheden in onderhoud en toezicht houden op de waterkwaliteit. Een minimum bijdrage van Nederland van ongeveer 20% tot deze kosten komt neer op ongeveer 112 miljoen euro. Op basis van dit laagste-kosten-scenario kan de doelstelling gehaald worden met de beschikbare middelen: in totaal 1,1 miljard terwijl er 1,4 begroot is.

Dit scenario houdt echter geen rekening met de kosten van de duurzaamheid van de systemen. Normaal gesproken zijn overheden en gemeenschappen in ontvangende landen verantwoordelijk voor onderhoud en uiteindelijke vervanging van de systemen. Maar in de allerarmste landen blijkt zelfs dat vaak financieel niet haalbaar. Nederland zou er daarom goed aan doen, om een gedeeltelijke bijdrage te doen aan de vervangingskosten. Als je dat doorrekent kom je uit op 2,2 miljard euro; een flink stuk hoger dan het beschikbare budget.

Wat zou het mooi zijn als de koning in de troonrede van 2030 met trots kan vermelden dat Nederland een zeer significante bijdrage heeft geleverd aan het behalen van de duurzame ontwikkelingsdoelen rondom drinkwater en sanitaire voorzieningen.

De kosten van het aanleggen en onderhouden van drinkwater- en sanitaire voorzieningen verschillen echter significant tussen en binnen landen. In een land als Bangladesh met een hoge bevolkingsdichtheid en redelijk ontwikkelde ketens voor bouwmaterialen zullen de kosten lager zijn dan in een dunbevolkt land als Zuid-Soedan, dat ook nog eens kampt met een zeer beperkte transportinfrastructuur en markten. In stedelijke gebieden zijn de goedkoopste oplossingen (bijvoorbeeld handpompen) vaak technisch niet haalbaar, en moeten mensen worden aangesloten op het duurdere waterleidingnet. Als je daarom niet rekent met de minimale kosten, maar met gemiddelde kosten, en inzet op het bereiken van 10% meer mensen (als buffer voor tegenvallende projecten), dan kom je uit op 3.1 miljard euro; meer dan twee keer zoveel als begroot.

Deze scenario's geven eigenlijk al aan dat we niet precies kunnen weten hoeveel het gaat kosten om de 50 en 30 miljoen mensen te bereiken. Wat we wel weten - van grote (infrastructuur)projecten in Nederland, of van de verbouwing van de keuken in je eigen huis - is dat het onverstandig is om uit te gaan van het laagste-kosten-scenario. Onder een dergelijk scenario zouden altijd en overal de kosten gunstig uit moeten vallen en zouden er geen financiële of projectmatige tegenvallers mogen zijn. Of erger, je zou wel binnen het budget kunnen blijven maar met een ondermaatse kwaliteit van het werk: de erg goedkope aannemer die een scheve vloer oplevert en keukenkastjes die niet sluiten. Onder een laagste-kosten-scenario zou er bovendien onvoldoende reserve zijn voor noodzakelijk onderhoud: er wordt een prachtige keuken geïnstalleerd, maar er is geen geld voor de vervanging van het dak boven die keuken. Of in het geval van drinkwater- en sanitaire voorzieningen: een deel van de doelgroep zal nooit een kraan kunnen openen, er zullen slecht werkende pompen zijn, en toiletten zullen gauw weer instorten.

Wat zou het mooi zijn als de koning in de troonrede van 2030 met trots kan vermelden dat Nederland een zeer significante bijdrage heeft geleverd aan het behalen van de duurzame ontwikkelingsdoelen rondom drinkwater en sanitaire voorzieningen. Om deze droom werkelijkheid te maken, moeten we echter niet voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. Dus roep ik de minister op om te komen met budgetten, die gebaseerd zijn op realistische aannames, tegen een tegenslag hier en daar kunnen, en bovenal afdoende zijn om ook de duurzaamheid van de voorzieningen te garanderen.

Disclaimer

At IRC we have strong opinions and we value honest and frank discussion, so you won't be surprised to hear that not all the opinions on this site represent our official policy.

Thema’s

Tags

IRC Nieuwsbrief

Get the latest news delivered to your inbox.

Schrijf u nu in